De Prikkedambrug en zijn brugwachters

Het ontstaan

Lange tijd was de belangrijkste verkeersader in de omgeving van Twijtel de zandweg tussen Makkinga en Oldeberkoop. De huidige Bercoperweg. Uiteraard gelegen op de relatief hoge zandrug tussen de Linde en de Tjonger.  Daarnaast was er het zuideljjker gelegen kerkepad  tussen de kerk van Makkinga en (de inmiddels verdwenen) kerk van Nijeberkoop en doorlopend tot de kerk van Oldeberkoop. Tussen Twijtel en de kom van Makkinga liep ze door het buurtschap Middelburen. Het pad werd dan ook wel Middelpad genoemd. Nog zuidelijker was er ook een zandweg. De huidige Bovenweg.

Noord-zuid verbindingen waren er veel minder. De riviertjes - bij Twijtel met name de Tjonger - kenden nogal grillige waterstanden, waardoor de aangrenzende gebieden nogal eens onder stroomden. Bij Makkinga was de enige zekere oversteek de Balkbrug. westwaarts was er de tolbrug bij Oldeberkoop en pas bij Oudeschoot de daarop volgende.  

Op het grondgebied van Ooststellingwerf zijn er in de loop der tijd nog een tweetal bruggen bij gekomen.

Eén daarvan ligt t.N.v. Nijeberkoop in de Alberdalaan, beter bekend als de ´Betonweg.´  De voorloper daarvan staat al aangegeven op de kaart van ´Eekhoff´ uit 1849, en draagt op de kaart uit  1855 de naam ´Nieuwe Brug´

De kortste en meest comfortabele weg van Makkinga (en dus ook Twijtel)  naar o.a. de belangrijke marktplaats Gorredijk loopt vanaf die tijd over deze brug. De onverharde weg die vlak bij Twijtel aansloot op eeuwenoude Abbendijk, en via het huidige Egypte op de Alberdalaan uit kwam, wordt dan ook door ´Eekhoff´  de ´Weg van Gorredijk naar Makkinga´ genoemd.   Deze weg is rond 1848 aangelegd of misschien beter gezegd, ontstaan.

De andere brug vinden we bij Twijtel, aan het eind van de  huidige Prikkedam(weg). `Prikkedambrug` genaamd.

Eerder – tot halverwege de 19e eeuw - noemde men haar ook wel de ‘Takkebrug’

De Prikkedam

 

Bouwwerk:

Tot 1888  Een dam van dennenliggers met daarop takkebossen.

 

De topografische kaart uit 1855 leert ons dat er tussen Twijtel en het gebied t.N.v. de Tjonger, gelegen rond de 10ee wijk onder Hoornsterzwaag, wel van enig voetverkeer sprake was.

Op twee plaatsen t.h.v. Twijtel lezen we nl.  ´Wad´, hetgeen ´doorwaadbare plaats´ betekend. Bovendien komen enkele voetpaden of veldwegen van weerszijden van de rivier hier samen.

 

In drassige gebieden maakte men indertijd gebruik van takken (ook wel ´prikken´ genoemd)  om de ze enigszins begaanbaar te maken.  (De ´Prikwei´ onder Aldeboarn was zo´n voorbeeld).

Ook hier werd een dergelijk principe toegepast in vorm van een brug.

Tot de kanalisatie in 1888 was er bij Twijtel namelijk een brug voorhanden die de naam van brug nauwelijks kon verdragen, aldus Foppe Boersma in de ´Woudklank´ 15-12-1994. Volgens hem was de brug opgebouwd uit ruwe dennen-liggers met daarop takkebossen. Een ´Prikkedam´

De Takkebrug

 

Bouwwerk:

1888 – 1956  Beweegbare brug (met brugwachterwoning)

 

In 1888 kwam er  met de kanalisatie nabij de de oude prikkedam  een ´klepbrug´ voor de prijs van Fl. 7.198,00 en een brugwachterswoning  voor ca. Fl. 3000,00. 

In de Leeuwarder Courant lezen we dat de brug  - ook bij de Provincie – bekend is onder de naam  ‘Takkebrug’

 

De topografische kaart van1922 geeft als gevolg hiervan  een heel ander beeld voor wat de wegenstructuur betreft. Het is dan niet meer de oude route via Egypte die o.a.  de Twijteler bevolking tientalen jaren had bewandeld richting Schoterland. Nee, de meest logische weg liep nu  over de Prikkedambrug.

Ook vanuit Tronde e.o. zullen de mensen, komende over de Abbendijk deze weg hebben gekozen. Niet over de linker aansluiting met de Grintweg, maar over de rechter, die langs de (oude) molen (-stee) liep. Deze route was in 1855 nog van inferieur belang, en was op de kaart van 1849 niet eens aangegeven.

In 1922 is de aansluiting van de ´weg naar Gorredijk´ tussen de aansluiting bij de Abbendijk/Grintweg al over ca 750 m in verval geraakt. Het laatste stuk v/d Abbendijk zal dan ook hoofdzakelijk voor verkeer van en naar Oldeberkoop van belang zijn geweest.

Vreemd genoeg is de rechter aansluiting Abbendijk/Grintweg enige jaren later al weer in verval en in 1956 weer geheel verdwenen.

Aderessering:

De brugwachterswoning stond aan de noordkant van de Tjonger en nummerde dan ook onder Hoornsterzwaag  8 (1918) 

Bouwwerk:Gebouwd in 1888 (met de kanalisatie van de Tjonger).Afgebroken in 1956 (toen de beweegbare brug werd vervangen door de vaste brug)  

Bewoners (brugwachterswoning):  

1888 - na 1915    Abel E(n)gberts Ruiter (brugwachter in dienst bij de provincie)
ca1918-ca 1933  Cathrinus Achtien  Brugwachter

ca1933 -na1946  Ynze Lenting  (1879-1966)   Brugwachter      

na 1946 -1956    Jappie de Vries (en zijn vrouw Renske Zandstra)  Brugwachter

Hoewel de brugwachterswoning niet op het grondgebied van  Makkinga stond, en zelfs niet in Ooststellingwerf, wil ik haar toch vermelden.

Immers,  de eeuwenoude oeververbinding op deze plek is zo bepalend geweest voor de omgeving , dat de brugwachterswoning bij de klapbrug (1888-1956) zeker een plaatsje verdient. Zij stond, (komend vanaf Twijtel) over de huidige brug links. Op Schoterlands grondgebied, onder Hoornsterzwaag. In de huidige gemeente Heerenveen dus. 

 

De eerste brugwachter was Abel E(n)gberts Ruiter. (1851 – 1926) Hij – geboren in Langedijke -  kwam in dienst op 15 oktober 1888. In 1877 was hij getrouwd met Antje Harmens Rooks uit Oldeberkoop, maar hij trouwde in 1889, na het overlijden van zijn eerste vrouw in dat jaar,  ten tweede male. Nu met Wimke Bergsma uit Jubbega. Abel heeft begin 20e eeuw een aantal bezittingen op Twijtel. O.a. de percelen die later in bezit komen van Wiebren en Antje Pauw (zie Prikkedam 5) en het huis dat later eigendom is van de familie Molenaar (zie Prikkedam 6). Mogelijk is hij tot  ca 1918, toen Catharinus Achtien werd aangesteld,  in dienst gebleven als brugwachter. Hij liep toen echter wel al tegen de 70.

(verdere benoemingen heb ik namelijk niet in de LC  kunnen vinden.)

Hoewel je er van uit mag gaan dat het gezin in de brugwachterswoning – staande in Hoornsterzwaag - woonde, blijken hun  kinderen allemaal onder Makkinga te zijn geboren. (Was hij dan toch eerder brugwachter af en is het gezin Ruiter misschien  op Prikkedam 5 gaan wonen?)

Rond 1918 was Catharinus Acht(t)ien (1892-?) brugwachter Hij is in Hoornsterzwaag geboren als  zoon van Antje Achtien en een onbekende vader. Zijn halfbroers en zussen dragen de naam Hoogeveen. Antje haar man Heine Ho(o)geveen was  in 1888 op 38-jarige leeftijd overleden. Op 15 mei  1919 trouwt Catharinus met de twee jaar jongere Berendje de Kleine uit Wijn jewoude. Al met al zal hij dan ook in of net voor 1918 als brugwachter zijn aangesteld. Tot ca 1933 is hij er brugwachter geweest. 

Vanaf 12 november1922  besluit men om de bruggelden met het huis enz. te verpachten aan de hoogste bieder. Men wil  blijkbaar gaan  voor een periode van  vier-en-een-half jaar, doch na een jaartje is er al weer een nieuwe inschrijvingsronde. Blijkbaar is er na een aantal maanden iets gebeurd, waardoor de overeenkomst werd beëindigd.

De nieuwe pachtperiode zal lopen  van 12 november 1922 tot en met 11 mei 1927.

Vanaf ca 1933 - hij loste  Achtien af - woonde Yntze Lenting (1879-1966) in de brugwachterswoning. Hij werkte elders en zijn vrouw Neeltje Kort (1888-1968) draaide de brug (aldus een kleindochter).  Neeltje, waarmee hij 1909 trouwde,  is familie van Roel Kort die woonde in het-huisje-met-de-dikke-boom onder Hoornsterzwaag. Ynze en Neeltje liggen begraven in Jubbega.

Roelofje Lenting (1916-1991) is waarschijnlijk een dochter van hen. Zij trouwde met ene H Jongbloed (Roelofje ligt begraven te Jubbega.) Dochter Antje Lenting(1910-1976)  trouwde met Anne Zandstra. (ze liggen begraven te Jubbega) Zoon Ide Lenting (1919) woont anno 2015 in Appelscha.

 Met de komst van de  vaste betonbrug in 1956 verloor het huis haar functie en werd gesloopt. Het zal er ongeveer zo hebben uitgezien als de nog wel bestaande brugwachterswoninkje  aan de Alberdalaan onder Nijeberkoop, dat eveneens rond 1888 is gebouwd.

 Zoals uit de onderstaande stukjes uit de Leeuwarder Courant blijkt waren de brugwachters tot in 1922 in dienst bij de provincie en genoten een door de provincie vasgesteld  salaris, dat in de loop der jaren werd aangepast.

 

Door Ged. Staten zijn benoemd, met ingang van 15 dezer:

o.a. tot brugwachter bij de brug onder Twijtel (Takkebrug) A.E. Ruiter te Makkinga

(LC9-10-1888)

 

Provinciale Staten van Friesland

VOORSTELLEN.

Salarisregeling Provinciale ambtenaren

Voor de brug, sluis, en kettingwachters aan:

o.a. de Takkebrug 770 gulden…….

… en dat van de wedde van de wachters, die bij de woningen land van de Provincie in gebruik hebben, waarvan de geschatte gebruikswaarde de 15 gulden overschrijdt, dat meerdere zal worden ingehouden, zijnde…

Voor den wachter aan de Takkebrug te Twijtel 10 gulden.

(LC19-7-1912)

 

 

Jaarwedden  van provinciale ambtenaren

(besproken tijdens zomervergadering van Gedeputeerde Staten)

Gedeputeerde Staten achten  in de eerste plaats noodig verhooging van de jaarwedden der brugwachters, en wel van wachters voor bruggen bij de veenvaarten en minder drukke bruggen , of waar geen kanaalgeld wordt geheven een som van 150 gulden met aftrek van de pachtwaarde van hun landgebruik, zoals die bij een nieuwe schatting zal worden vastgesteld. Bij een achttiental is die pachtwaarde geschat op 15 gulden, hetgeen thans te laag is.

(LC17-12-1917)

 

 

VERPACHTING VAN DE TAKKEBRUG ONDER HOORNSTERZWAAG

De GEDEPUTEERDE STATEN van Friesland brengen ter kennis, dat zal worden overgegaan tot verpachting van de opbrengst der bruggelden aan de Takkebrug over het Tjongerkanaal onder Hoornsterzwaag, voor het tijdvak van 12 november 1922 tot en met 11 mei 1927.

In de verpachting zal wordt mede begrepen de WACHTERSWONINGmet de daarbij behoorenden tuin, groot pl. m. 1452 M2, benevens het GRASGEWAS van een gedeelte van de kanaaldijken met bermen en van de woning en ter gezamenlijke lengte van ruim 4200 M.

Inschrijvingen, op zegel van 50 cent, moeten bij hun college worden ingezonden vóór 1 Oktober aanstaande.

Zij moeten bevatten een duidelijke vermelding van naam en woonplaats en van de pachtsom per jaar .

Nadere inlichtingen zijn desgewenscht schriftelijk of mondeling te bekomen op het BUREAU van den PROVINCIALEN WATERSTAAT te Leeuwarden, Heerestraat.

Leeuwarden, 7 September 1922.

De Gedeputeerde Staten voornoemd, P.A.V. VAN   HARINXMA THOE SLOOTEN, voorzitter. R. v. d. Veen  1.-griffier.

(LC7-9-1922)

 

VERPACHTING VAN DE TAKKEBRUG ONDER HOORNSTERZWAAG De GEDEPUTEERDE STATEN van Friesland brengen ter kennis, dat voor het tijdvak van 1 september a.s. tot en met 11 mei 1928 zal worden verpacht de opbrengst van de BRUGGELDEN aan de Takkebrug over het Tjongerkanaal onder Hoornsterzwaag.

 

In de verpachting wordt mede begrepen de WACHTERSWONING met de daarbij behoorenden tuin, groot pl. m. 1452 M2, benevens het GRASGEWAS van een gedeelte van de kanaaldijken met BERMEN en van de woning en ter gezamenlijke lengte van ruim 4200 M.

Inschrijvingen  op zegel van 50 cent  moeten bij hun college worden ingezonden vóór 6 augustus aanstaande.

Zij moeten bevatten een duidelijke vermelding van naam en woonplaats en van de pachtsom per jaar van 12 mei  tot 12 mei. Voor het tijdvak van 1 september 1923 tot   en met 11 mei 1924 kan een afzonderlijk bedrag worden opgegeven.

Nadere inlichtingen zijn desgewenscht schriftelijk of mondeling te bekomen op het BUREAU van den PROVINCIALEN WATERSTAAT te Leeuwarden, Heerestraat.

Leeuwarden, 7 September 1922.

De Gedeputeerde Staten voornoemd, P.A.V. VAN   HARINXMA THOE SLOOTEN, voorzitter.      C.B.MENALDA, griffier.

(LC20-6-1923)


De Prikkedambrug

   (foto RdV 2012)

Bouwwerk:

1956 – heden  Vaste betonbrug

 

In dat jaar maakt de Prikkedamster klepbrug over het Tjongerkanaal plaats voor een vaste betonbrug. De verbinding met de Grintweg is in tegenstelling tot die met de Schoterlandseweg dan nog steeds een zandweg.  Dit laatstgenoemde stuk (op Heerenveens grondgebied)  is in december 1954 aanbesteed.

 

Ondanks dat  er eerst een tekort in de Ooststellingerwerver begroting moest worden geslecht, bleek er uiteidelijk o.a.  toch nog genoeg  geld over om aan de Twijteler zijde van de Prikkedambrug een ‘eenvoudige oprit’ te maken, aldus een artikeltje in de LC van 26-09-1956

 

 

De Abbendijk,  de Grintweg en de Betonweg onder Nijeberkoop zijn alle drie verhard. Dat houdt in dat men  sneller en comfortabeler kon reizen via die route, dan via de Prikkedambrug. Dat zal dan ook de reden zijn geweest van het verval van de rechter aansluiting Abbendijk/Grintweg.