Makkinga 75

Adressering :
Perceel viel onder zathe III
1880 Makkinga 116B
1891 Makkinga 116B
1900 Makkinga 149
1918 Makkinga 164
1928 Makkinga 67
1950 Makkinga 75    
 
Bouwwerk:
Gebouwd tussen 1855 en 1887,
en is in de jaren tot 1900 behoorlijk vergroot.
Afgebroken Tussen 1956 en 1961
Het was een ‘wittig’ huisje (aldus Jannie Haanstra)  
 
Bewoners:
1880 - 1891 Jeene Marten van der Hoef (arbeider) en Immigje Timmerman
1891 - 1895 Jacob van der Meer (arbeider) en Aafje Slot 
1895 - 1909 Willem Koopstra (arbeider) en Baukje Gorter                       (ingeschreven in 1895 op nr 116D. Later, op zeker moment, naar nr 116B)
1909 - 1921  Anne   Kramer (arbeider, later landbouwer) en Neenske Bosma
1921 - 1927 Folkert Koopstra (landbouwer) en Hiltje Mulder
1927 - 1934  Anne Kromkamp (landbouwer) en Jacoba Krijna Hartsuiker
1934 - 1939 Willem van der Veen (arbeider)  en Joukje Waslander
1939 -1945  Albert Alberda (wagenmaker) (aldus J.P.Kr. en Jannie Haanstra)
1945 -1946  Andries Wieling
1946 -1960  Pieter van Huizen (verhuist naar Prikkedam 1)  
 
 
(Via Jan Oosterhof)  kan dit het huis zijn??
 Het stond zo’n 150 meter achter het voormalige tolhuis (Bercoperweg 76), aan de rechter (west-)kant van het pad. Volgens Joukje Hes (Twijtel 7) woonde in dit huis een vrouw met een donkere bril. Haar man zat in de werkverschaffing en zij verdiende wat bij met het repareren van fietsen.

Zo’n 120 meter voor het huidige 65a, dat nu dus van het oude pad, de latere reed,  gebruik maakt als toeganspad.

 

Willem Koopstra (*1864) en Baukje Gorter (*1865) zijn in 1888 gehuwd.  Beide zijn geboren Makkingaasters. Volgens eigen zeggen - Ze zijn namelijk vanwege hun 60-jarig huwelijk geinterviewed door de regionale kranten -  hebben ze 7 jaar op Twijtel gewoond.  Dat zou hier kunnen zijn.

 Auke Kramer hield er 5 koeien. Hij zou (o.a.) land op Twijtel hebben gehuurd van een gestichtsdirekteur.

 

 

Willen van der Veen (uit Nijeberkoop) en Joukje Waslander trouwden in 1933 en woonden vanaf 1934 op Makkinga 75. Hun kinderen Wolter (*1934), die dat zelfde jaar overleed, Jantje Trijntje (*1936) en Antje (*1937)  zagen er het levenslicht. In 1939 verhuisde het gezin naar Donkerbroek. Willem was daar  (land)arbeider. Hillem had vrijwel geen contact meer met de familie omdat hij gereformeerd werd. In Donkerbroek kwam in 1941 nog een Wolter ter wereld. er zou ook nog een Hillie zijn geboren. 1946 volgde nog een levenloos kindje, dat in Donkerbroek ligt begraven.

 Albert Alberda heeft een dochter die in Donkerbroek woont, en getrouwd is met Sije Feenstra (schilder) de ene dochter heet Geesje (*1933?) en Annigje (19..) Toen Geesje 10 was zou het gezin naar Ravenswoud zijn verhuisd.

 Het boerderijtje was al eigendom van Anne Kromkamp (aldus J.P.Kr.)

 L. Kromkamp (Bercoperweg 71) weet zich nog de sloop van de woning te herinneren. De grafsteen van de vader van de bewoner bleek, nadat hij was omgekeerd,  jarenlang als stoepsteen te hebben gediend.